Posts tonen met het label sequence. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sequence. Alle posts tonen

vrijdag 8 oktober 2010

Java sequencen.

Wie sequenced heeft wel vaker Java (Runtime Environment) moeten sequencen, omdat ze wel heel vaak met een update komen. Java heeft een cache folder waar hij allerlei bestanden neerzet indien je een website bezoekt met een Java applicatie. Deze cache folder wordt er vrij groot door, het is hierdoor niet handig dat dit in het delta-file komt van de gebruiker, aangezien de meeste gebruikers in een bedrijf maar een beperkte profielgrootte hebben. Hoe zorg je er dus voor dat het niet in je sequence komt? Ik had verschillende settings uitgeprobeerd en er bleek toch één te werken. Je voert hierbij het volgende uit:

- Start de App-V sequencer op
- Ga naar Tools -> Options...
- Klik op het tab "Exclusion Items"
- Klik op New
- Voer "%CSIDL_APPDATA%\Sun" (zonder quotes) in onder "Exclude Path"
- Laat "VFS" staan onder "Mapping Type" en klik op OK
- Klik op "Save As Default" en klik op Ja
- Klik op OK
- Start nu een nieuwe package
- Sequence Java op de gebruikelijke manier (naar bijv. Q:\SunJava6.v01)
- Verwijder de map "Sun" onder "%userprofile%\Application Data\" tijdens het monitoren (vergeet niet de updates in het registry uit te zetten)
- Ga gewoon door zoals je dat normaal doet en sla de sequence op
- Bij het starten van de sequence zal je zien dat er een map "Sun" wordt aangemaakt onder "%userprofile%\Application Data\" en zal deze lokaal staan buiten de sequence i.p.v. in de sequence

Voor de juiste registry settings die gezet moeten worden om de updates uit te schakelen kijk op:
Java Runtime Environment 6.x

dinsdag 16 maart 2010

App-V sequences distribueren met SCCM 2007 R2.

Vandaag had ik samen met collega Matthieu Bongers even onderzocht hoe app-v sequences nou gedistribueerd konden worden met SCCM 2007 R2. Ik had alvast vm1 met server 2003 R2 SP2 en SCCM 2007 R2 (met SQL 2008) ingericht en een vm2 met Windows XP SP3. Hierbij had ik de SCCM client op vm2 geinstalleerd en via SCCM had ik de App-V client (versie 4.5 sp1) naar vm2 gedistribueerd. We hadden een aantal blogs erbij gepakt waarop werd uitgelegd hoe je dit kon aanpakken. Jammer genoeg konden we nergens teruglezen hoe de sequence ingesteld moest worden, bijv. het protocol waarmee de sequence wordt gestreamd of de lokatie van de sequence. Uiteindelijk hadden we in ieder geval de 2 vinkjes gezet (Site Database->Site->Site Settings->Client Agents->Advertised Programs Client Agent(dubbelklikken)->Allow virtual application package advertisement(aanvinken); Site Database->Site->Site Settings->Site Systems->ConfigMgr distribution point(dubbelklikken)->Virtual Applications->Enable virtual application streaming(aanvinken)). We hadden nog even zitten zoeken naar geschikte sequences, en uiteindelijk 2 packages succesvol aangemaakt als virtual package. Hierbij hebben we wel 2 verschillende opties geselecteerd voor de advertisement, namelijk bij de ene in het tabblad Distribution Point "Download content from distribution point and run locally" en bij de ander "Stream virtual application from distribution point".
Beide App-V sequences starten gewoon op (eerst wel via SCCM client installeren), zodra er geen connectie is met het netwerk kon je GEEN gebruik maken van de sequence die gestreamd is (indien de cache leeg is). Ook konden we zien dat beide OSD's werden aangepast (in de app-v client management console te zien) tijdens de installatie via SCCM, bij de gestreamde sequence werd het omgezet in http://[sccm server]:80/... en bij de lokale sequence file://[sccm cache]/..
De App-V sequences hoeven dus niet speciaal te worden aangepast, dus je kan gewoon bestaande sequences distribueren met SCCM 2007 R2.
In dit scenario is ook geen App-V Management of Streaming server gebruikt. Wel vonden we het vreemd dat bij het aanmaken van de virtual packages, er eerst een moet worden opgegeven waar de .xml bestand staat (van de App-V sequence) en daarna ook nog om het pad van de data source folder wordt gevraagd (hierbij wordt na het aanmaken alles gewist in deze folder dus pas op!). We hebben ook opgemerkt dat het .sft en .osd bestand worden aangepast na het aanmaken van de virtual package. Het .sft wordt hernoemd naar
[packageid].sft en in het .osd wordt ook naar [packageid].sft verwezen.